Zes kastelen in waardevol groen

IKasteel Vordenn de Graafschap wemelde het in de Middeleeuwen al van de kastelen. Die riante optrekjes zijn in de loop der tijd stevig her- en verbouwd door oude adel én nieuwe landheren. Ze liggen in weelderig groen met steeds verassende doorkijkjes. De landerijen liggen er goed verzorgd bij. Sinds het kabinet Rutte het besluit nam om fiks  te bezuinigen op het beheer van natuur en landschap staan de landgoedeigenaren weer in de belangstelling. Zij krijgen in tegenstelling tot terreinbeheerders zoals Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer nauwelijks geld van de overheid om hun terreinen te onderhouden. Hoe de eigenaren het onderhoud wel betalen en wat dat betekent voor ons als wandelaars, verschilt sterk. Dat hield ons die mooie dag bezig, op onze tocht van kasteel Vorden naar kasteel Ruurlo. 

Het zonlicht filtert adembenemend groen door de hoge beuken. Het dikke bladerdek op de grond slaat het licht dood. De beuken staan aan weerszijden van een brede, rechte laan die naar de poort van de kasteelvrouwe van Vorden leidt.  Hoog boven de grond neigen de stammen naar elkaar. Nog hoger pakken de takken elkaar vast. Het lijkt wel een oneindig lang middenschip van een gotische kathedraal. In het licht huppelt een kindje met zijn ouders. Verderop spelen mensen met honden in de beek. De waard van kasteel Vorden zet net zijn tafeltjes buiten. “Voor ons komt dit te vroeg!” lachen we hem toe. Wij hebben nog vijf kastelen te gaan. 

Torenkamer met bubbelbad 

Kasteel Vorden, dat reeds in 1315 genoemd wordt, heeft de roerigste recente geschiedenis. In 1956 was de laatste adellijke erfgenaam  gedwongen het te verkopen aan een investeringsmaatschappij. Die liet  het kasteel verpauperen, omdat de gemeente woningbouw op het landgoed tegenhield. In 1975 werd het verwaarloosde landgoed gesplitst. De landerijen gingen over naar de stichting Het Geldersch Landschap; het kasteel werd stadhuis. Na een gemeentelijk herindeling kwam het in particuliere handen. De huidige eigenaresse knoopt de eindjes aan elkaar met een exclusieve bed & breakfast. Ze maakt reclame met een bruidssuite met bubbelbad in de torenkamer.  De landgoederen in de Graafschap zijn op  een andere manier tot stand gekomen dan de landgoederen die de 17de  eeuwse kooplieden langs de Vecht, Amstel en binneduinrand lieten aanleggen om de kwalijke dampen  van  de  stad  te  ontvluchten.  De  kastelen  zijn  in  de  13de eeuw ontstaan als versterkte huizen van een leenheer. Op zoek naar de geschiedenis van deze kastelen duizelt het me al snel van de jaargetallen, erfeniskwesties en twisten. Alleen de mooiste namen blijven hangen, zoals Godfried met de Baard en Sweder Rodebaert van Wisch. Slechts twee van de zes kastelen die we vandaag passeren zijn nog wel in adellijke handen, Het Medler en De Wiersse. De huidige bewoners van deze landgoederen verstoppen zich in het groen achter bordjes “Streng verboden toegang". Buiten het gezichtsveld van het kasteel zijn de paden "vrij toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang".  Onder voorwaarde van openstelling hoeft de eigenaar volgens de Natuurschoonwet geen belasting te betalen over het onroerend goed.

Ondeugdelijke perspublicaties 

Door het weelderige groen staren twee pinken ons nieuwsgierig met grote ogen aan.  “Deze weitjes zijn te klein om als  boer het hoofd boven water te laten houden” zegt mijn wandelmaat. Het  is hier bepaald geen vetpot voor de eigenaren, want ook het verpachten van landbouwgrond brengt weinig op. Op de zandpaden achter kasteel Het Medler is het echt rustig. Zeker voor een zonnige zondagmiddag in september. Het blijft bij een enkele wandelaar. Vogels hoor je eigenlijk niet. De weilanden en de lucht worden uitsluitend bevolkt door langgerekte witte wolbaaltjes. De schapen liggen gestrekt in het gras. We wandelen in een wijde boog over lommerrijke eikenlanen om het kasteel heen. Vijf groene brievenbussen op een rij tellen we aan het begin van de lange laan die naar het verscholen kasteel leidt. Voordeurdelers dat is toch wel laatste wat je hier verwacht. Deze eigenaar kan naast het belastingvoordeel ook extra inkomsten uit verhuur van (bij)gebouwen goed gebruiken.  Bij kasteel Onstein is het anders. Nergens een bordje “Opengesteld”. Om een mogelijke onverlaat nog meer af te schrikken staat er  zelfs een tweede bordje “Ga terug”  op de  oprit. We worden alleen getolereerd op de smalle asfaltweg met scheurende auto’s. Deze eigenaar heeft het belastingvoordeel van de Natuurschoonwet niet nodig. Hier woont miljardair Hans Melchers, die schatrijk is geworden in de chemie. Dat hij in zijn geld zwemt is wel duidelijk. Zo heeft hij een fonds gevuld voor slachtoffers van ondeugdelijke perspublicaties. Ik let hier dus extra goed op wat ik schrijf. Maar zijn nieuwste trofee is de kunstcollectie van de voormalige nieuwe rijke Dirk Scheringa. Die is maar liefst 1000 schilderijen groot. 

Landschapsubsidie heeft niets om het lijf 

We beginnen er steeds meer spijt van te krijgen dat we een paar uur eerder de koffie hebben laten staan. Een café waar we onze dorst kunnen lessen is hier niet. Bij gebrek aan terrasstoelen strijken wij neer in een weiland langs een prachtige, lange beukenlaan. Het gras is net voor de laatste keer dit jaar gemaaid. De stoppels kriebelen aan de kont.  Het gesprek komt op de vraag wie voor de kosten van het onderhoud van dit prachtige landschap op draait . “De kosten van het landschapsbeheer in heel Nederland zijn geschat op 60  tot 100 miljoen per jaar” zegt Wim. “Zo’n beetje de helft daarvan komt ten laste van overheden, vooral gemeenten. Particulieren draaien op voor het onderhoud van bosjes en bomenrijen op hun eigen grond. De overheidsubsidie voor het landschapsbeheer door particulieren heeft niets om het lijf!”  De helft van de particuliere eigenaren in Nederland zijn boeren. Hier zijn het vooral de landgoedeigenaren die het beheer van het landschap betalen. Ook de gemeente en haar bewoners dragen bij via de WOZ-belasting. Recreanten van buiten de gemeente dragen er alleen aan bij via de rijksbelastingen. Wim vervolgt: "De toegang tot de landgoederen is eigenlijk evenredig met de hoogte van de overheidsfinanciering aan de terreinbeheerders. Hoe hoger de bijdrage, hoe groter het aandeel opengestelde paden. Bij Staatsbosbeheer mag je overal komen; bij Melchers ben je niet welkom".

Toeristenmagneet

Een interessant boek van Hans Kamerbeek “Waardevol Groen” laat zien welke inventiviteit de landgoedeigenaren aan de dag leggen om het eigen onderhoud te betalen. De verpachting van grond en woningen vormen de belangrijkste inkomsten. Slechts enkele weten met een grote toeristische trekker zoals een Landgoedfair of een museum veel meer mensen én geld binnen te halen. Alleen de kamerverhuur in kasteel Vorden en de tuindagen van kasteel De Wiersse zijn hier diensten waar je voor moet betalen. Maar dat gaat misschien veranderen. Om er een deel van zijn schilderijen ten toon te kunnen stellen heeft Melchers ook het laatste kasteel dat we vandaag tegenkomen gekocht:Ruurlo. Zo krijgt deze rustige streek er misschien een toeristenmagneet bij. Dan komen de mensen wel die we vandaag toch wel een beetje hebben gemist. Al was het maar om een caféhouder te verleiden om hier zijn deuren te openen en ons de mogelijkheid te bieden iets aan de regionale economie bij te dragen.