De bergen van Berlijn

Ooit was Berlijn zo plat als een Hollandse stad maar nu telt het negen Trűmmerbergen, gemaakt van puin uit de Tweede Wereldoorlog. Puinbergen waar het verrassend levendig is. Vanaf de hoogste, de Teufelsberg, heb je een fantastisch uitzicht over de stad.

Op 27 december 2014 in dagblad Trouw                                      Meer foto's

Woest getatoeëerde ouders eten, drinken en dansen met hun kinderen en honden onder de bomen van Volkspark Humboldthain. “Black, black, black” rapt de jeejay door een luidspreker. Hun de weg vragen lijkt tricky. Hoe onterecht! Een in zwart leer gestoken danser met gloeiende wangen wijst ons vriendelijk de Trümmerberg: “Daarachter bij het spoor, je kan hem niet missen, er steken betonnen staketsels uit.” De heuvel blijkt een geliefd parcours voor joggers. Met de regelmaat van de klok rent er eentje voorbij, snuivend op weg naar de top, de blik op oneindig. Aandacht voor de brokken baksteen die uit de vruchtbare humus steken is er niet. We rapen een paar stukjes WO II-puin op als souvenir voor thuis. Boven op de puinberg lopen de joggers nog een rondje over een gigantisch betonblok dat als door een vulkanische eruptie uit de aarde lijkt te zijn gespuugd. Het is een Flakturm, een megabunker. Op de hoeken zijn nog torens te zien waarop het afweergeschut stond. Toen de snelle aanvalswapens van de Blitzkrieg in de Russische modder waren vastgelopen, ontwikkelden de nazi’s een voorliefde voor grote en logge verdedigingswerken. In deze Flakturm konden maar liefst 20.000 mensen schuilen voor de bombardementen. De bunkers- “hart wie Kruppstahl”- waren ook na de val van Berlijn niet kapot te krijgen. De geallieerden begroeven ze toen maar onder puin dat ruim voor handen was. Een derde van de gebouwen in het centrum was in de laatste oorlogsjaren door de voortdurende bombardementen en artilleriebeschietingen verwoest. Wat niet meer te hergebruiken was - zo’n zestig miljoen kubieke meter puin- verdween in de vele bomkraters. Het Luisenstädtische Kanal dwars door de wijk Kreuzberg werd er mee gedempt, maar ook toen was er nog genoeg om in het vlakke Berlijn bergen te maken.

Oversized vuilnisemmers

Boven op de bunkertoren staat een jogger van een jaar of zestig zonder spannende outfit of dure sportschoenen een sigaretje te roken. “Dit is de enige plek waar ik er nog ongestoord eentje kan opsteken”, lacht hij met het zweet op het voorhoofd. We raken aan de praat over de Trümmerbergen. Volgens de sympathieke roker was Berlijn, met uitzondering van een paar heuvels in het oosten, zo plat als een dubbeltje. De bergen zijn van na de oorlog en van puin. “Die daar in de verte ook?”, wijzen we. “Nee, die niet”, zegt hij een tikkeltje geïrriteerd, “dat is een gewone vuilnisbelt.” Om er meteen aan toe te voegen: “De oorlog heeft ons dan tenminste nog wat bergen gebracht.” Berlijn telt negen Trümmerbergen, met onder de vruchtbare grond vaak een geheim verborgen. Beneden onder onze voeten kun je een safari door de krochten van de Flakturm maken. Vlak voor de ingang van metrostation Gesundsbrunnen staan twee ronde oversized ‘vuilnisemmers’ van beton. In een ervan zit een deur, waardoor een speleoloog van de vereniging Berlin Unterwelten je naar beneden voert om de beklemmende sfeer van de laatste dagen van het Derde Rijk te ondergaan.

Wehrtechnische Fakultät

Onder de hoogste bult, de 114 meter hoge Teufelberg, ligt weer iets anders begraven: de Wehrtechnische Fakultät. In dit door Hitlers huisarchitect Albert Speer ontworpen complex moest de bloem der strijdkrachten worden opgeleid. Na de oorlog werd er, toen ook hier springstof geen uitkomst bood, puin over de naziarchitectuur gestort. Helaas heeft Berlin Unterwelten nog geen tunnel gegraven om er heen te kruipen. Was de vorige Trümmerberg voor joggers, deze lijkt voor wie een luchtje wil scheppen. Het uitzicht over de stad in het heldere winterlicht is magnifiek. Vlakbij ligt het stadion waar de zwarte sprinter Jesse Owens het Olympische feestje van de Führer verstoorde. Ver weg steekt de Funkturm, het DDR-prestigeobject, boven de stad uit. Daartussen domineren de fonkelende flats van het herenigde Duitsland.

Boven op de tafelberg holt een vader met zijn kroost achter een op drift geslagen vlieger aan. Ernstig kijkende mannen gooien modelvliegtuigjes de lucht in. Even verderop pieken fel beschilderde mega-fallussen boven het groen van dennenbomen. De torens horen bij een voormalig afluisterstation van de Amerikanen. Ook van de overige gebouwen spat de street art van de muren.

De oren van de NSA

Op weg ernaartoe stuiten we op een dubbele omheining. Zorgvuldig zijn alle gaten in het gaas provisorisch dicht gemaakt, zelfs hele beddenspiralen zijn er voor gebruikt. Aan de poort wordt duidelijk waarom dit krakersbolwerk zo hermetisch is afgesloten. “Sieben Euro für eine Tour” mompelt de verlopen kraker van middelbare leeftijd. Met alleen wat gele stompjes in zijn mond is hij moeilijk verstaan. Nee, alleen door het gebouwencomplex zwerven mag niet. Een aansprakelijkheidskwestie, verzekert hij. Met een enkel hoofdlampje gaat de gids ons voor. Eerst door donkere gangen zonder ramen en dan in het aardedonker over trappen omhoog, een van de fallussen in. Voetje voor voetje volgen we onze gids, de handen op elkaars schouders. Voor meer houvast moet je tellen: 23 treden van bordes naar bordes.

We komen uit in een bolvormige koepel overspannen met licht katoen. Ruig kleppert het gescheurde doek in de wind. De zon zakt knalrood achter de horizon en zet de stad in lichterlaaie. “Hier, achter het katoen, stonden van 1957 tot 1992 de ‘oren’ van de Amerikaanse NSA. Niet om onze Bundeskanzler af te luisteren, zoals tegenwoordig, maar de vijand in de Koude Oorlog,” lispelt onze gids.

Loten

Niet al het puin verdween in de bergen. Wat nog voor de wederopbouw van de stad te gebruiken was, bikten de Trümmerfrauen schoon. Al tijdens de mannenverslindende oorlog waren de vrouwen aan het puinruimen geslagen, dat bleven ze na de oorlog doen. Ook bij de aanleg van de imposante Stalin Allee, die na de dood van de rode tsaar werd omgedoopt in Karl Marx Allee, speelden de puinruimsters een belangrijke rol. Imposante gevels, voorzien van chic tegelwerk en stoere Dorische zuilen omzomen de twee kilometer lange boulevard die vanuit het centrum richting Moskou loopt. ‘Niet de koning, maar de arbeider heeft recht op een paleis’ was het motto. Ook de Trümmervrouwen konden een van de ruime woningen aan de boulevard bemachtigen door veel stenen af te bikken en te stapelen. In een van de lange gebouwen was in de Oostduitse tijd een Milchtrinkhalle gevestigd. Nu is het Cafe Sybille, waar je je tussen het koffiedrinken kunt vergapen aan objecten uit de DDR-tijd. Op zwartwit foto’s poseren de trotse Trümmerfrauen tussen keurig opgetaste stenen. Naast het oor van Stalin - een stukje van het beeld dat ooit op de boulevard stond - liggen loten waarmee de vrouwen een woning konden winnen.

 

Op verschillende plekken in de stad eert Berlijn de Trümmerfrauen met beeldjes. Het mooiste staat voor het Rote Rathaus, hebben we gehoord. Maar dit deel van de stad is nog steeds de bouwput die Berlijn nu al vijfentwintig jaar is. “Waar is de Trümmerfrau gebleven?”, vragen we de Aziatische receptioniste. Ze is afwerend. Collega’s schieten te hulp en leggen uit dat wij geen Traumfrau maar een puindame bedoelen. Het beeldje is tijdelijk opgeslagen en keert in 2019 weer terug op zijn plaats.