Herfst 1944 Slag om de Schelde: Westerschelde vrij, Walcheren onder water

Bijna twee maanden na de Slag om Arnhem worden de Duitsers, na zware gevechten, eindelijk van het met bunkers vol gepropte Walcheren verjaagd. Niet alleen de dijken, maar ook Westkapelle en Vlissingen worden zwaar gebombardeerd.

 

Meer foto's

 

verschenen in Op lemen voet nummer 14-4

Het pad over de duintoppen tussen Westkapelle en Vlissingen is het mooiste kustpad van Nederland. Aan je voeten ligt Walcheren met dichtbij de torentjes van Bigge- en Koudekerke en ver weg de Lange Jan van Middelburg. Aan de andere kant varen zeeschepen vlak langs het strand. Over al dit moois schijnt vandaag ook nog een krachtige zon. Het lijkt wel of we in het verkeerde jaargetijde zijn beland: op deze laatste dag van oktober genieten naaktlopers beneden op het strand nog van zon en zee. “De veteranen zullen het wel niks vinden, die hebben liever regen en wind”, had een vrijwilligster gezegd van het Dijk en Oorlogsmuseum in Westkapelle. Zulk weer past beter bij de Slag om de Westerschelde in de herfst van 1944. Morgen, op 1 november, is de zeventigste herdenking van de geallieerde landing op Walcheren en daar zijn oud-strijders voor uitgenodigd.

Voor de Zeeuwen kwam de bevrijding laat. Montgomery had de Duitsers in Zeeland laten zitten. Hij wilde eerst bij Arnhem de Rijn oversteken om vervolgens achter langs de Westwall heen te trekken. De veldmaarschalk kon zo gevechten met Hitlers troepen aan de Duitse westgrens vermijden en het Ruhrgebied vanuit de noordwesten aanvallen. Met de verovering van het industriële centrum zou de oorlog snel beëindigd zijn. Maar het liep anders, Arnhem was een brug te ver, dat weet bijna iedereen. Veel minder bekend is hoe zwaar er ook is gevochten om de Westerschelde. Voor een efficiëntere bevoorrading van de troepen was de haven van Antwerpen cruciaal, maar daarvoor moest een vrije doorvaart over de Westerschelde gerealiseerd worden. De klus om de Scheldemonding te bevrijden was geen gemakkelijke: juist daar hadden de Duitsers de Atlantikwall, de Duitse verdedigingslinie langs de kust, heel sterk gemaakt. Om hun verdediging te verzwakken besluiten de geallieerden het eiland Walcheren onder water te zetten. Op 3 oktober bombarderen Engelse vliegtuigen de dijk bij Westkapelle.

Praathuis de Leugenaar

Vanaf de duintoppen kijk je uit over een vredig dorp verscholen achter een deltahoge dijk. Niet alleen de waterkering is nieuw, maar bijna alles is van na 1944: het binnenwater, de Kreek, is overgebleven na het dichten van de gebombardeerde dijk. Wonen doen ze in Westkapelle in jarenvijftig-nieuwbouw: rijtjeshuizen onder rode zadeldaken zonder enige opsmuk. Dat bijna heel Westkapelle in deze sobere Hollandse stijl in opgetrokken heeft alles te maken met het dreunen van de bommen. Na het bombardement, waarbij 158 mensen om het leven kwamen, stond vrijwel geen huis meer overeind.

Praathuis de Leugenaar is leeg. Op de dijk ook geen oude mannen die ons over de bevrijding van Walcheren kunnen vertellen. Bij de Leugenaar staat een busje vol jonge commando’s, maar die houden de kaken stijf op elkaar. Kapitein Bert Thijssen spreekt wel. “Morgen rond 11 uur rijden we met amfibievoertuigen vanuit zee het strand op”. Ze gaan de landing van de geallieerden naspelen. Een snelle rekensom leert dat pas vier weken na het bombardement de eerste soldaten het eiland betraden. Eerst moesten Zuid-Beveland en West-Zeeuws-Vlaanderen bevrijd worden, toen pas konden ze Walcheren in.

“Gaat weg zonder uitstel”

Steeds als we over een duintop komen, grijpen we ons fototoestel om een plaatje te schieten van de paaltjes die vanaf de duinen over het strand de zee in lopen. Golfbrekers zijn het, met elk een dubbele rij palen. Wandelaars wringen zich door de barrière, een waaghals loopt met gespreide armen over de paalkoppen richting zee. Zouden de commando’s in 1944 onder dekking van zo’n golfbreker naar de duinen zijn gerend? Even voorbij Zoutelande lopen we door strak geordende bungalowparken de polder in, langs zwart geteerde boerderijen waarvan de nokken hier en daar zijn ingezakt. Aan de rand van het open land komen we een oude man tegen die we in Westkapelle zochten, maar niet vonden. Deze Piet Lamperts was twaalf toen de geallieerden pamfletten uitstrooiden met een waarschuwing voor het komende bombardement. “Gaat weg zonder uitstel” stond er op. “Wij vluchtten met onze koeien en paarden naar de boerderij van een oom in Krommenhoek even voorbij Biggekerke. Toen het water niet op wilde komen, hebben ze ook de dijken bij Veere en Vlissingen gebombardeerd.” Het vee stond daardoor al snel in het water. Wadend dreven ze de beesten, ook die van oom en tante, terug naar hun boerderij aan de voet van de duinen. “Was het bombarderen van de dijken wel zo zinvol”, vragen we. “Ik ben geen strateeg, maar als ze het land niet onder water hadden gezet, zou hier net als in West Zeeuws-Vlaanderen om elke boerderij zijn gevochten. Al deze bunkers stonden in het water”, wijst hij. Dreigend staan de betonkolossen in pas geploegd land. Op de wanden zeepokken, bewijs dat het water tegen ze aanklotste. Vanuit de bunkers in het binnenland konden de stranden beschoten worden. De inundaties maakte dat onmogelijk. Oorlogsschepen werden vanaf de duinen door kustbatterijen onder vuur genomen. Van die joekels staat er nog maar één overeind. “Toen de duinen aan de wandel gingen, gleden de bunkers omlaag het strand op. Ze werden opgeblazen, de brokstukken zijn vermalen in de zandputten van Valkenisse”, zegt de bedachtzame Lamperts. Het is genoeg zo, hij moet nog een rouwkaart posten. Verder gaat het over onverharde paden langs een 15 kilometer lange tankgracht die Vlissingen moest beschermen tegen een aanval over land. Je vind er bunkers in allerlei soorten en maten. Walcheren telde er maar liefst driehonderd. Nooit geweten dat er zich ook water- en keukenbunkers onder bevinden.

Uncle Beach

In Vlissingen bij het slikstrandje waar de geallieerden aan land kwamen, ligt een observatiebunker met pantserkoepel. De inrichting is geheel in originele staat terug gebracht door een groep bunkerliefhebbers. Op  de telefoon aan de muur: ‘Achtung, Feind hört mit!’ Stapelbedden en natuurlijk pin ups op de deur van de klerenkast. “Waren die toen al zo bloot?” “Nee, dat is historisch gezien niet helemaal juist”, lacht de rondleider. Vanaf het slikstrandje, dat voor de herdenking van vandaag weer Uncle Beach is gedoopt, zien we hoe een loodsbootje langszij vaart bij een containerschip. Nog even en de loods zal via een touwladder aan boord klimmen. Achter ons bij het monument voor de 4e Commando Brigade wordt alles in gereedheid gebracht voor een kranslegging. Over de loop- en zichtlijnen discussieert een organisator met een hoge Nederlandse militair. Waar het schoolklasje moet komen te staan is nog niet helemaal duidelijk.

Bij het 16de eeuwse Fort Rammekens, ten oosten van Vlissingen, steekt een brok beton boven het zand uit. Op 22 februari 1946 werd hier het laatste van de vier gaten gedicht. De bres in de dijk was door anderhalf jaar getijdestroming diep uitgeschuurd. Nadat eerdere pogingen  mislukten, vreesden de mannen van Rijkswaterstaat dat het eiland in zee zou verdwijnen: het Verloren Land van Walcheren. Met een Phoenix, een super caisson gebruikt bij de landing in Normandië, lukte het uiteindelijk wel.

Even daarna begint een kilometers lange dijk die de Duitsers tot tankmuur verbouwden. Lekker wandelen is het daar tussen rijen populieren. Je loopt er van schaduw naar schaduw, zoals het hoort op een Zeeuwse dijk. Aan het einde van de tankmuur brengt een belbus ons naar Middelburg. Op het Damplein wordt de capitulatie van de Duitse troepen op 9 november 1944 herdacht. Veteranen leggen kransen. Veel zijn het er niet. Sommigen lopen, anderen zitten in een rolstoel. Zouden er nog Canadezen uit het Black Watch Regiment onder hen zijn? Bij mijn ouders waren er indertijd een paar ingekwartierd. Moeder, in verwachting van oudere broer Jan, werd aangemoedigd bier mee te drinken. "It makes the baby strong." Een man van middelbare leeftijd met op zijn hoofd een zwarte baret met rode pluim, het kenmerk van het Zwarte Horloge Regiment, brengt uitkomst: “They all passed away.”

Tekstkader: De meest gebombardeerde stad van Nederland

Zijn strategische ligging, scheepswerf en vliegveld maakte Vlissingen een geliefd doelwit voor Duitsers en geallieerden. Na de Duitse bombardementen op 10 en 11 mei 1940 volgden vele aanvallen van de Royal Air Force, waarvan het bombardement op de dijk bij Vlissingen de laatste was. Twaafhonderdenvijftien inwoners werden gedood door oorlogsgeweld en van de huizen bleef er maar één onbeschadigd. Voor de aanleg van de Atlantikwall moesten veel inwoners verhuizen.  Een deel van de woningen werd gesloopt, anderen deden dienst als huisvesting voor dwangarbeiders. Van de 23.000 inwoners aan het begin van de oorlog was er begin 1944 iets meer dan helft over. Toen de geallieerden landden, telde Vlissingen nog maar drieduizend inwoners.