Nieuwe landgoederen bij Renswoude, maar ook mooie?

Nieuwe landgoederen, het lijkt wel een contradictio in terminis. Rond het eeuwenoude kasteel Renswoude zijn er de afgelopen jaren een paar aangelegd. Een afwisselend wandelroute voert er langs. Kun je die eeuwenoude landhuizen met statige beukenlanen en prachtige tuinen ook nu nog maken? De route begint bij het referentiepunt, het kolossale kasteel uit 1654 met het mooiste Grand Canal van Nederland, en voert naar het nieuwe landgoed Wittenoord.

Een enorme gouden bal schittert aan het einde van de oprijlaan tussen het beukenlover; geprikt op de centrale toren van wel vijf verdiepingen hoog. Ook de zijtorens en spitse schoorsteenkappen dragen een gouden bal. Aan de voorkant tellen we wel dertig ramen. Het kasteel leent zich goed voor splitsing in appartementen. Dat is in 1968 ook gebeurd. In één van de appartementen woont nog steeds een baron Taets van Amerongen. Een stichting beheert nu het kasteel. Die kwam de afgelopen zomer op het lumineuze  idee om de restauratie van het kasteel te bekostigen uit de 13de penning.  Volgens dit Middeleeuwse recht kan de kasteelheer maar liefst 11% belasting innen over de grondwaarde van zijn leen. Tientallen bewoners van het dorp Kamerik in het Groene Hart ontdekten  tot hun schrik dat die belasting nog steeds op hun land rustten. Ze tekenden bezwaar aan. Volgens juristen hebben de Kamerikkers geen poot om op te staan. Dat de penning al twintig jaar niet meer is geïnd en binnenkort zelfs uit het wetboek verdwijnt, doet niet ter zake. Als de stichting het miljoen aan belasting uit Kamerik niet weet binnen te halen, zullen de bollen van het kasteel wellicht  hun glans verliezen.

Noord-Koreaanse toestanden
De oprijlaan van het kasteel gaat even verderop over in een breed water omzoomd door een statige dubbele bomenlaan. Bijna één kilometer lopen we langs dit zogenoemde Grand Canal, de natte variant van de zichtas. In de 17de eeuw wilde de kasteelvrouwe Maria Duyst van Voorhout haar man verrassen voor zijn verjaardag. Die had de strakke waterpartijen in de tuinen van Versailles gezien. Zo’n statig kanaal wilde hij ook wel. Toen hij een tijd op reis was, vervulde zijn vrouw zijn grote wens. “Kijk, ik lees op dit bord dat de bewoners van Renswoude zich spontaan als vrijwilliger hadden gemeld om het kanaal te graven. Dat lijkt me verdacht veel op Noord-Koreaanse toestanden!” zegt mijn ex-communistische wandelmaat. Op een kastelenwebsite staat een andere interpretatie van de geschiedenis: “Hierdoor werden veel werklozen aan werk geholpen”. Tsja het is maar de vraag of de moderne mens nog wel de toenmalige verhoudingen tussen kasteelheer en zijn horigen kan duiden. Dat een heer destijds door zijn ondergeschikten op handen werd gedragen, is nu bijna niet voor te stellen.

Angst voor de open ruimte
“Dit waren vroeger weilanden met oude stallen. Die zijn nu opgeruimd. Nu staan er mooie, nette notariswoningen”. Het oudere echtpaar is heel gedecideerd. Ze wandelen snel verder over een kaarsrechte dijk tussen lage bomen waartussen het wemelt van de brandnetels. Lange brede grasbanen slingeren door de bosschages. Het lijken wel de “greens” van een golfbaan. Alleen de vlaggetjes en de golfers ontbreken. Deze dijk is pas vijf jaar oud, net als de schriele boompjes. “Landgoed Wittenoord, opengesteld“ staat er op een bordje.  Vanaf de dijk heb je goed zicht op wat dit nieuwe landgoed behelst. De nette woningen zijn kolossaal, in de neoklassiek stijl waar nieuwbouwwijken tegenwoordig vol mee staan. Vanuit één punt voeren drie bakstenen oprijlanen naar evenzoveel huizen. Kloeke bakstenen hekpalen zijn bedoeld om het landgoedkarakter te versterken. Rond de huizen liggen uitgestrekte, gemillimeterde gazons waar je met een motormaaimachine helemaal los kunt gaan. Toch lijkt de uitgestrektheid van deze grasvlakten de bewoners ook angst in te boezemen.  Zonder al te veel overleg zijn er allerlei zaken uit het overvloedige aanbod van de tuincentra op het gras neer geplempt. Hier het zoveelste terras met afdak, daar nog een tweede of derde  houten schuurtje en, om onze blikken te weren, een rijtje groenblijvende heesters. De landschapsarchitect heeft bij het ontwerp van het landgoed voortgebouwd op de idee van de Engelse landschapstuin. Maar de verrassende doorkijkjes die hem voor ogen stonden worden verstoord door het tuincentrumassortiment. Maar er is hoop voor de toekomst.  De bomen zullen uitgroeien tot forse eiken en de houtrot zal geen genade kennen. De natuur geeft en neemt.

Ruimte voor ruimte
Toch is landgoed Wittenoord ook nu al heel bijzonder. De aanleg werd mogelijk door de zogenoemde ruimte voor ruimte regeling. Een boer die zijn oude stallen sloopt krijgt daarbij het recht om een of meerdere huizen te bouwen op plekken waar nieuwbouw normaliter verboden is. Zo zijn er in de afgelopen jaren in Nederland ongeveer 3 miljoen vierkante meters stal neergehaald. Dat heeft  6500 bouwvergunningen voor  nieuwe woningen buiten de dorpen opgeleverd, vooral in gebieden waar de bio-industrie lucht, bodem en water bezoedelde. In deze streek zijn heel wat van die stallen tegen de grond gegaan.
Hoe dat meestal uitpakt kun je even verderop zien. Daar staan drie vergelijkbare notariswoningen aan één gemeenschappelijke oprijlaan plompverloren tussen de grazige weiden. Een zwart, gazen hek scheidt de tuinen van buurmans koeien. Dat is op Wittenoord heel anders. Het landgoed is maar liefst 26 hectare groot. Negentig procent heeft de bestemming vrij toegankelijke natuur gekregen. Alleen rond de huizen ben je als wandelaar niet welkom. De bewoners draaien niet alleen op voor het maaien van hun uitgestrekte gazons, maar moeten ook de “greens”  en de graspaden waarover wij lopen kort houden.
Net zoals het oude kasteel Renswoude valt Wittenoord onder de Natuurschoonwet. De eigenaren zijn daarmee vrijgesteld van de moderne variant van de 13de penning, de WOZ belasting. De regels voor nieuwe landgoederen zijn veeleisender dan voor de oude. Die laatsten kunnen volstaan met een vastgesteld deel van hun landerijen open te stellen; voor nieuwe landgoederen ligt ook de verhouding tussen bebouwing en groen vast.

Grand Digue
De lange dijk is het enige stijlelement uit de strakke Franse baroktuinaanleg die je op landgoed Wittenoord vindt. Je zou hem de “Grand Digue” van dit nieuwe landgoed kunnen noemen.  Net zo’n uitzondering op de Engelse landschapstijl als het grote kanaal van kasteel Renswoude. De Grand Digue is een echte dijk uit de Hollandse school; dat wordt duidelijk als we via allerlei dijken het verdedigingswerk Daatselaar bereiken. De Grand Digue en het werk zijn onderdeel van een 18de eeuwse waterverdedigingstelsel; de Grebbelinie die liep van de Nederrijn naar de Zuiderzee. Vanaf hier tot aan de Utrechtse Heuvelrug kon alles onder water worden gezet om de vijand te weren; de laatste keer in 1940 toen Hitler’s hordes Nederland binnenvielen. Het werk is niet veel meer dan een gesloten ring van grasdijken, waarbinnen de soldaten hun tenten veilig konden opslaan. De stortbuien van de afgelopen dagen hebben het binnenterrein, de zogenoemde terre, doen onderlopen. Het lijkt nu wel een mini-poldertje zonder gemaal.  Bij de recente renovatie, waarbij het werk weer open en bloot kwam te liggen, zijn er enkele gigantische houtsnijwerken geplaatst. Twee houten soldaten houden er de wacht. Onbewust doet het hout ons denken aan de kwaliteit van de wapenrusting waarmee de Nederlandse soldaten zich tegen de Blitzkrieg verdedigde.

De Nieuwe Beek
Langs de liniedijk kom je nog meer recente veranderingen in het bio-industriële landschap van de Gelderse Vallei tegen. Niet alleen zijn hier oude varkens- en kippenstallen stallen gesloopt, er zijn er ook verplaatst. Zo is het land aan de zuidwestzijde van de liniedijk op kaarten van de provincie aangewezen als verwevingsgebied waar zich geen nieuwe intensieve veehouderijbedrijven mogen vestigen. Dat is wel mogelijk aan de andere kant; in het intensiveringsgebied. Hoe die zonering uitpakt zie je goed tijdens de wandeling. Wittenoord en de ruimte voor ruimte huizen liggen in het verwevingsgebied.  Hier zijn veel bedrijven verdwenen. Ten oosten van de liniedijk, in het intensiveringsgebied, staan een paar nieuwe stallencomplexen. Glimmend nieuw, licht zoemend en bijna reukloos, maar ook wel geheimzinnig. Wat zich daar binnen afspeelt zie, hoor en ruik je niet; dat weet je alleen van horen zeggen. De verhalen die in het debat over megastallen zo’n belangrijke rol spelen. Dat het hier niet meer doordringend naar mest stinkt, zoals nog geen tien jaar geleden, is het gevolg van investeringen in nieuwe technieken, zoals mestinjectie en luchtwassers. Investeringen afgedwongen door milieuwetgeving, maar voor deze boeren alleen op te brengen als ze meer dieren op hun bedrijf kunnen houden. Dat is het andere verhaal over de megastal, die je hier overigens niet tegen komt.

Moeras-walhalla voor vrije eenden

Die vrije uitloop-eenden hebben hier wel een hemels bestaan” zeggen een paar wandeldames tegen elkaar, die ook het klompenpad volgen. De eenden nemen het ervan in het ruige gras langs een grote waterplas. Maar de boer is in geen velden of wegen te bekennen. Dit zijn geen plof-eenden maar echte vrije eenden. Hun moeras-walhalla is aangelegd om te voorkomen dat de maisvelden onderlopen als het veel regent. Dat is ook wel nodig want de Lunterse Beek kan sinds kort minder water aan omdat hij weer mag slingeren. Heel bijzonder dat er weer stroomversnellingen en draaikolken te vinden zijn de beken van de Gelderse Vallei. We snappen wel dat de boer die de rat race van de bio-industrie achter zich heeft gelaten en van kippen overgeschakeld is op campinggasten, zijn bedrijf “De Nieuwe Beek” heeft genoemd. Echt een naam uit de tijd dat het geloof in vooruitgang nog bestond. Als je hier rondwandelt begin je daarin ook weer in te geloven.