De geschiedenis van de bedijking en klassenstrijd in de Dollardpolders

Eindeloos land onder een enorme hemel. De leegte van de Dollardpolders wekt de indruk van een ongerept cultuurlandschap. Mensen heroverde hier immers polder na polder op de zee. Toch is in de 20ste eeuw deze landschapsgeschiedenis zeer rigoureus uitgegomd. De akkerbouw floreerde en eiste voldoende ontplooiingsmogelijkheden. Vanwege die herverkaveling ontbreekt dit gebied in alle cultuurlandschap hitlijsten. Wij vinden dat niet terecht. Het is hier echt rust en ruimte. Bovendien zijn er tastbare sporen van de bedijkingsgeschiedenis en de klassenstrijd tussen herenboeren en landarbeiders.

Bijna alle dijken zijn nog steeds terug te vinden en vertellen samen nog steeds de geschiedenis van het terugwinnend van land op de waterwolf. Ook de geschiedenis van de graanrepubliek is nog zeer aanwezig. Kolossale boerderijen met kronkeltuinen liggen naast piepkleine arbeidershuisjes stammen uit die tijd. De bloeitijd van de akkerbouw, de zogenoemde champagnejaren, lag tussen 1850 en 1880. Daarna overspoelde goedkoop graan uit Noord-Amerika Europa, wat resulteerde in mechanisatie en schaalvergroting. Veel landarbeiders verloren hierdoor hun werk en leidde tot grote sociale onrust en een sterke positie van de radicaal links. Toch lijkt de klassenstrijd hier geluwd en maakt plaats voor een strijd tussen akkerbouw en veeteelt. In de laatste sector is de laatste jaren meer geld te verdienen. Na de opkomst van de industriële veehouderij, rukt de laatste jaren ook de grootschalige melkveehouderij hier op. De koe blijft op stal en het gras wordt niet begraasd maar gemaaid.

Hier twee wandeltochten. De eerste wandeltocht voert langs de plaatsen van handeling van de Graanrepubliek, het boek van Frank Westerman over de geschiedenis van de akkerbouw in het Oldambt. De tweede begint bij het praktisch verdwenen monument van de strijd tegen de laatste inpoldering, kruist alle waarneembare dijken en eindigt aan de boorden van het nieuwe water, de Blauwe Stad.

Tags: 

Verdwenen dijken, geluwde klassenstrijd

Waar moet je heen in een land zonder woeste bergen en donkere wouden? Het Oldambt levert het antwoord. In die uithoek van Oost-Groningen vind je eindeloos land en brede horizonten. De weersvoorspelling voor dit wandelweekend klinkt onheilspellend: hagel, sneeuw, onweer en felle wind. Weer dat past bij een grimmig stukje Nederland waar de strijd tussen landarbeiders en herenboeren  soms fel oplaaide.

Meer foto's

Finsterwolde lijkt één lang gerekte straat met krappe arbeiderswoningen, in felrode baksteen. Maar dan ineens wijken die huisjes voor grote stijlvolle boerderijen. Sommigen half verscholen achter bomen, alsof de bewoners zich schamen voor hun rijkdom. Landarbeiders en herenboeren woonden aan dezelfde straat. Maar door een deur konden ze niet.

Op de vlucht voor aanrollende zwarte wolken stappen we nog even een behaaglijk warme supermarkt in. De eigenaar, in witte stofjas, weet waar logement Hommes ligt, een rood nest waar ooit de kiem werd gelegd voor de roerige klassenstrijd in Oost-Groningen. De eigenaar van het hotel, die zijn geld had verdiend met de dijk- en wegenbouw, bracht  andere sociaal-anarchisten en vrijzinnige liberalen zoals Domela Nieuwenhuis en de grootvader van Sicco Mansholt bij elkaar om de sociale kwestie te bespreken. Het prachtig geschreven boek van Frank Westerman "De graanrepubliek", over de strijd tussen landarbeiders en de graanbaronnen van deze streek, kun je niet lezen zonder naar een blik op dit logement te verlangen. Maar Hommes is Hommes niet meer. Het is een werkplaats. Achter de ramen waar ooit de revolutie werd gepredikt, staan nu kerkorgels te wachten op restauratie.

Door dood'lijk schot gevallen

We trekken de jas nog wat dichter om ons heen en stappen in een hagelbui door de rechte dorpsstraat naar de vrijstaande kerktoren. Daarachter op de begraafplaats moet een monumentje staan voor een arbeider die tijdens de landarbeidersstaking  van 1929 werd dood geschoten door de politie. Op het kerkhof drukken boomwortels statige zerken gevaarlijk schuin voorover. Om de namen te lezen moet je door de knieën. Verderop  steekt een gedenknaald fier omhoog. Het monumentje voor de martelaar is heel wat makkelijker te ontcijferen:

'Terwijl wij streden met zijn allen
iets meer gezinsgeluk
en daarbij hielden voet bij stuk
is hij door dood'lijk schot gevallen' .

Later lezen we er Westerman nog eens op na. De man heette Eltjo Siemens. Het symbool van de Groningse landarbeidersstrijd was geen staker maar een groenteventer. Hij werd door een verdwaalde politiekogel in de maag getroffen. De staking begon met een eis tot loonsverhoging van drie cent per uur, maar die weigerden de herenboeren te betalen. Het werd hard tegen hard. De graanbaronnen haalden Zuid-Hollandse landarbeiders om de oogst toch binnen te halen.

Rokende grasfabriek

Een brede asfaltweg voert vanuit de bebouwing naar een weids akkerland, waar zonnestralen de wolken steeds verder openscheuren. We laten het asfalt voor wat het is en slaan linksaf een schouwpad in. Drainagepijpen spuwen water in diepe smalle sloten en uit de schoorsteen van de grasfabriek, die eenzaam in het wijde land staat te roken, komt de geur van stroop. Ze maken er van die kleine drolletjes die we thuis in Amsterdam aan onze poezen voeren. In de verte staan donkere figuren roerloos op het land. Ze moeten ganzen uit het veld houden, maar veel helpt het allemaal niet. Alleen als wij dichterbij komen gaan ze op de wieken om een paar honderd meter verderop weer te landen. Een nieuwe hagelbui onttrekt Finsterwolde aan het zicht en even later vliegt de hagel weer rond de oren. Wij trekken de ijsmuts verder omlaag en buigen voorover. Tien minuten duurt het, dan kaatst het zonlicht weer terug van de gevallen hagelstenen.

Hongerige Wolf
Langs een gebogen weggetje staan een paar monumentale Oldambtster boerderijen er haveloos bij. De ruggengraat van het lange dak van één van de immense graanschuren is geknakt. Honden blaffen nerveus vanuit de bouwval. De boer en de boerin wonen buiten op de oprijlaan, in een caravan. Ze zwaaien, wij zwaaien terug. De rode bakstenen rijtjeshuizen van het gehucht Ganzedijk staan er heel wat florissanter bij. Dat was vijf jaar geleden heel anders. Het gehucht haalde toen de voorpagina’s van alle kranten als het eerste slachtoffer van de krimpende bevolking in dit deel van Nederland.  Er stonden zoveel huizen leeg dat de woningbouwvereniging het hele gehucht tegen de grond wilde gooien. Bij het volgende gehucht Hongerige Wolf gaan we de Egyptische dijk op. Het moet ooit een strakke rechte zeedijk geweest zijn, maar is nu op sommige plaatsen als een pudding ingezakt. Waar heeft die dijk eigenlijk zijn naam aan te danken? We vragen het aan een man op klompen. Hij weet het niet, maar zijn buurman zei ooit dat er een Egyptische munt is gevonden. Hongerige Wolf, die andere poëtische naam, heeft volgens die zelfde buurman zijn naam te danken aan de waterwolf.

Het Oldambt is een gebied waar je van dijk naar dijk loopt. Oude kaarten laten zien dat hier ooit drie van de vele dijken samenkwamen. . Vanaf 1300 viel de streek ten prooi aan de zee. Hele dorpen verdwenen in de golven. Dat was niet zomaar natuurgeweld, de mens had hier een nijver aandeel in. Door de ontwatering was de oorspronkelijk dikke veenlaag ingeklonken. De dijken waren te zwak om het lage land bij hevige stormvloeden droog te houden. Maar Hongerige Wolf bleef gespaard. Pas in de zestiende eeuw begon men weer stapje voor stapje het verloren land terug te winnen. Van Finsterwolde tot aan de Dollard lag ooit een hele rits dijken. We  proberen ze terug te vinden. De oudste dijk waar ook Ganzedijk op lag, herken je niet meer. De tweede dijk, aan de westkant van Hongerige Wolf, is vrijwel vlak geploegd. Er rest niet veel meer dan een flauwe hobbel in het land. De Egyptische dijk met zijn bobbels is aangeknaagd door de tand des tijds. Alleen de laatste twee dijken liggen nog echt dijk te wezen. De een als slaper en de ander als delta-hoge dijk. Achter deze laatste dijk liggen de kwelders en slikken van de Dollard vredig onder het ijs. Dat hier ooit dorpen met prachtige namen zoals Ludgerskerke en Wynedaham lagen, kan je je nu niet meer voorstellen.

Gat in slaperdijk
In het dorpshuis van Drieborg hangen de kapstokken vol winterse jassen. Toneelvereniging de Drie Börgen speelt er voor de bejaarden het stuk Gain Piet, moar pizza. Onder de toeschouwers moeten nog stakers zijn uit 1929 en misschien zelfs een enkele bejaarde graanbaron. Op het mooie rechte weggetje van Drieborg naar de Dollard bij Nieuwe Statenzijl, snijdt de wind in het gezicht. De langste onder ons neemt de kop. De anderen imiteren de V-formatie van de ganzen boven ons. We verlangen naar het Zijl, daar kunnen we de wind weer de rug toekeren. De toegang tot de Johannes Kerkhovenpolder is een gat in de slaperdijk. Waar zijn de palen die bij dijkdoorbraak het gat moeten dichten? Vroeger lagen ze binnen handbereik in een houten huisje. Vreemd eigenlijk zo’n gat. De dijk moet, denken we, een obstakel geweest zijn voor zwaar beladen wagens. We proberen ons voor te stellen hoe in oogsttijd de wielen op de met modder-besmeurde helling dol draaiden.

Fossiel zeewater
Als we over de kruin van de Dollarddijk kijken, ligt de havenstad Emden scherp op de horizon en blinken schuimkopjes in de zon. Een vogelkijkhut staat op kwelderland tussen glanzend geel riet. Het is eb. Water licht op in donkere slikgeulen. Het gemaal van Nieuwe Statenzijl spuit met kracht een dikke straal water de Dollard in. Onze wandelroute gaat verder over de dijk langs de Westerwoldse Aa naar Nieuweschans, het einddoel van de wandeling. Windturbines steken hoog uit boven het vlakke land. Rechts aan de overkant van het water flitsen de lampen aan van het gasexportstation. Dat doen even later ook de lichten van het Duitse importstation, links van de dijk. Als de vierkante silotoren van Nieuweschans in zicht komt, jagen donderslag en hagel ons van de dijk. Het huidige station van Nieuweschans is niet meer dan een verhoogd trottoir met glazen abri’s. Dat moet in 1929 anders geweest zijn, toen hier Zuid-Hollandse stakingsbrekers onder boegeroep ontvangen werden. Tegenwoordig zijn het geen stakingsbrekers, maar gestreste burgers die naar (inmiddels) Bad Nieuwschans worden gelokt. In de thalassostudio van het Bad hopen ze herboren te worden in het fossiele zeewater dat hier uit de diepte wordt opgepompt.

Wandelroutes Dollardpolders

Wandelingen door de polders van de Dollard weergeven op een grotere kaart

Algemeen

De Dollardpolders liggen ten noorden van Winschoten.

Wandelroute (te downloaden onder aan deze pagina)
Twee stevige dagwandelingen van 18 en 25 km. De eerste wandeling van Finsterwolde naar station Nieuwschans voert over asfalt en openbaar toegankelijke grasdijken. Deze kan op twee plekken ingekort worden door af te snijden tot 14 km.

De tweede wandeling van Termuntzijl naar Midwolda is alleen mogelijk als het gewas van het veld is, dus van 1 november tot 1 maart, want een belangrijk deel van de route loopt langs niet opengestelde akkerranden. Het beste begaanbaar als er vorst in de grond zit. De beide dagwandelingen zijn te combineren tot een meerdaagse tocht die ook langs de leegte van de Blauwe Stad. 
Overigens kan ook de eerste wandeling met minder asfalt worden uitgevoerd door waar mogelijk schouwpaden en dijktraces te kiezen door af en toe een hek over te klimmen.

Praktische informatie
Finsterwolde is per bus vanaf station Winschoten.  Nieuweschans heeft een eigen station (zie www.ov9292.nl ). Termunten en Midwolda zijn per bus te bereiken vanaf stations Delfzijl en Nieuw-Scheemada.
Horeca is buiten begin en eindpunten van de tochten slechts langs de eerste wandeling te vinden in Kostverloren (zie rustpunt.nl ).

Achtergrondinformatie

Website de verdwenen dorpen van de Dollard
N
oorderbreedt over het Ambonezenbosje

Wikipedia over de Blauwe Stad
Alles over Ganzedijk en Hongerige Wolf
Heel veel geschiedenis van Dollardpolders

Zelf wandelroutes maken met Waddenwandelen.nl

Doe mee met HappyHier
Zou deze wandeling een van de mooiste in Nederland zijn? Onderzoekers van WageningenUR nodigen u uit via

www.happyhier.nl de app te downlaoden en met hen uw geluk tijdens deze wandeling te delen.

 

Cultuurhistorie van de Dollardpolders verdwijnt van de kaart

Deze kaartenserie van 1850 tot 1985 laat zien dat de verkaveling van de Dollardpolders rond het kerkhof van Oud-Midwolda ingrijpend is veranderd. Oudekerk of het Ol-Kerke is de plek waar het voormalige dorp Oud-Midwolda lag. In de 13de eeuw toen het water van de Dollard het dorp dreigde te overstromen, trokken de bewoners weg naar het een kilometer zuidelijkere Midwolda. Het oude kerkhof is blijven liggen. 

Verder zijn in deze kaartserie nog te zien hoe de sporen van de herbedijking van de Dollard verdwijnen. Vanaf de 16de eeuw werd de Dollard hier in kleine stappen ingedijkt. Steeds weer slibte de Dollard dicht, waarop de mens de kwelders schielijk indijkte. In totaal zijn op deze kaarten aanwijzingen voor vier oude dijken te onderscheiden. Deze sporen zijn duidelijk te zien op de kaarten uit 1850 en 1920 namelijk als doorlopende dwarssloten in de opstrekkende verkaveling. De oudste dijkrestant is te ontwaren ten zuiden van Oudekerk, de volgende stamt uit 1545 en loopt door Oudekerk, de dijk uit 1665 is zichtbaar ten noordoosten van Oudekerk en de vierde, van 1701, zien we in de rechterbovenhoek. In de dijkrestanten van 1665 en 1701 liggen wielen; ronde meertjes die door dijkdoorbraak zijn ontstaan. De dijken zijn op de jongste kaart alleen terug te vinden aan de hand van de wielen en de twee verhoogde boerderijplaatsen. In het veld is de jongste dijk nog terug te vinden in kleine hoogteverschillen.

De smalle, langgerekte percelen van de noord-zuidgerichte strokenverkaveling op de kaarten van 1850 en 1920) zijn tijdens de ruilverkavelingen in de zestiger jaren omgezet in een grootschalige rechthoekige percelering. Het voormalige strokenverkaveling in de Dollardpolders is opmerkelijk. Deze strokenverkaveling lijkt een relict van voor het ontstaan van de Dollard, zij lopen immers door in het land dat nooit door de Dollard is verzwolgen. Ook lopen de stroken dwars door de dijken heen. Kennelijk werd bij de herbedijking de oude kavelgrenzen en bezitverhoudingen hersteld.  De richting van deze middeleeuwse verkaveling is op de kaart van1985 eigenlijk nog alleen terug te vinden in de twee wegen en de grote waterloop.

De verdwenen dijken van de Dollard zijn niet weg

Eindeloos land onder een enorme hemel. De leegte van de Dollardpolders wekt de indruk van een ongerept cultuurlandschap. Hier heroverden mensen ooit polder na polder op de zee. Toch zijn de sporen van dit verhaal moeilijk terug te vinden. Ze werden zeer rigoureus uitgegomd om de landbouw voldoende ontplooiingsmogelijkheden te bieden. Wat rest zijn restanten van de dijken van de opeenvolgende inpolderingen. Onze wandeltocht snijdt dwars door de ontginningsgeschiedenis van de massieve zeedijk landinwaarts. De oudste dijken zijn met moeite terug te vinden.

De Punt van Reide is niet alleen een uithoek van Nederland maar ook  een breekpunt in de geschiedenis van Oost Groningen. Uithoek is tegenwoordig een relatief begrip. De treintaxi uit Delfzijl zet ons af op de Eemsdijk bij batterij Fiemel. We lopen de hoge dijk af in oostelijke richting. De Punt van Reide scheidt het water van Eems aan onze linkerhand van de Dollard aan de rechter. De Dollard is in de 13 en 14de eeuw ontstaan door overstroming van de Eems. Het oude land was bewoond. Hele dorpen verdwenen toen in het water. Restanten van dit oude land liggen rond Fiemel en op de Punt zelf. Het gebruik van de grond maakt het mogelijk om jongere Dollardpolders van het oude land te onderscheiden. Het oude land is hier vooral grasland. De jonge polders die vanaf 1545 tot 1924 op de Dollard zijn heroverd zijn in  gebruik als akkerland. De Punt is niet alleen de overgang van Eems naar Dollard (1300) en van oud naar nieuw land (1600-1900), maar ook van de sterke opleving van het natuurbesef in de vorige eeuw. Binnendijks van de Punt, aan onze rechterhand,  ligt een rechthoekig meer in een kleine polder ingeklemd door hoge zeedijken. Het is een moeilijk te duiden restant van het geplande Dollardkanaal. Enkele jaren geleden was het eenvoudiger om deze waterplas te duiden. Toen lag  hier in de Eemsdijk een groot sluizencomplex, dat toegang moest geven aan zeeschepen die door een nieuwe polder naar Nieuwerschans en Winschoten zouden varen. Dit project verbond de belangen van boeren (nieuw land) met die van de communistische bestuurders van Oost-Groningen (industriële werkgelegenheid). Acties van de Vereniging tot Behoud van de Waddenzee hebben uitvoering van de plannen voor verdere inpoldering en aanleg van het Dollardkanaal op het allerlaatste moment stopgezet. 

Coupure

We hebben gekozen om de gure noordoostenwind in de rug te houden. De vrieshemel boven de zeedijk vergoot het ruimtegevoel. In de jongste polder rechts van ons staan de trouwste medewerkers van Rijkswaterstaat; de Schotse Hooglanders zijn winterhard. Het wad is in het ijs gepakt. We zakken er soms doorheen maar de intrigerende ijsfiguren en luchtbellen maakt dat we blijven wadlopen zonder de zwarte voeten te krijgen die je normaal vlak onder de dijk oploopt. We wippen de dijk op om een blik te werpen in de Johannes Kerkenhovenpolder uit 1878. Niet een ingedijkte kwelder zoals alle andere polders die we verder nog zullen zien, maar ingedijkt rauw slik. Men kon blijkbaar het geduld niet opbrengen totdat de zeestromen aangemoedigd door noeste  kwelderwerken de zeebodem zo ver hadden opgehoogd dat het buitendijkse land begroeide. Ook nu is de begroeiing nog beperkt: bij elke opgang naar het land twee bomen. We verlaten de Dollard op de plek waar de Carel Coenraadpolder uit 1924 zich hecht aan de Kerkenhoven. We lopen over de dijk die beide polders scheidt en doorsneden wordt door een kloof waar en weg doorloopt: een zogenoemde coupure. In noodgevallen kan het gat gesloten worden met balken. Waar de dijk zich splitst komen de schapen ons tegemoet. Deze dijk is in 1862 gereedgekomen en beschermde de Reiderwolderpolder. Op de dijk staat een lange rij populieren. Regelmatig moeten we een hek zonder overstap zien over te komen. Je kunt je nauwelijks voorstellen dat al dit prikkeldraad voor schapen is bedoeld. Het lijkt wel of men wandelaars wil weren. We komen er steeds zonder kleerscheuren overheen. Na  de volgende coupure komen we bij de Olde Geut, een oude kreek.

Rookpluim

Het is een van de weinige onregelmatige vormen in dit strak verkaveld land. De kreek volgde de hartlijn van de westelijke Dollardinham. De inbraak van de Eems vormde twee inhammen gescheiden door het hoger gelegen schiereiland van Winschoten dat door het ijs is opgestuwd. Het zeewater reikte nog vijftien kilometer verder richting Scheemda en Noordbroek. De Geut is ons spoor opzoek naar de drooglegging. Vanaf hier doorsneed dit water nog zes dijken. We zakken de dijk af  en lopen langs de rand van de sloot. Op de topografische kaart hebben we zorgvuldig de noordzijde uitgekozen om niet verrast te worden door onneembare zijsloten. De bevroren grond maakt dat we er goed kunnen lopen. Bij de eerste zijweg wacht ons de eerste verrassing. De Geut is geheel verdwenen. Hij is zelfs voor een geoefend oog niet meer te ontwaren. Een knap staaltje egaliseren! We vervolgen over het asfalt, maar slaan bij een verlaten boerderij weer de velden in en lopen weer langs de Geut. De volgende boerderij ligt op de dijk van 1819. Verder is er weinig meer van te zien. Aan de andere kant van de Geut is het een diepe wetering geworden. De leegte wordt versterkt door de industrie bij Delfzijl aan de rechterhorizon en voor ons een witte rookpluim die door  harde noordenwind is uitgerekt. Het volgende stuk loopt langs een bewoond huis dus kiezen we voor een stuk weg. Dit stuk Dollard is land gebleven, het voormalige eiland Munnikeveen. Daar is niet veel meer van terug te vinden, ook niet in de verkaveling. De boerderijen liggen er uitgestorven bij, het land is in rust. Waar de weg de Geut weer raakt ligt volgens onze kaart het Oude Zijl, wat wijst op een uitwateringssluis in een dijk. Deze stamt uit 1796 en beschermde de Oosterwolderpolder  tegen de zee. De naar links buigende weg ligt er op. Ook in de landerijen zijn nog wel bobbels te zien, maar veel van de dijk is verdwenen. De Geut leidt ons in een paar bochten naar de grasdrogerij die de rookpluim uitstoot. Een kort bezoek leert ons dat hier meer veevoeder wordt gedroogd. Ook de kleine drolletjes die we aan allerhande huisdieren voeren, komen hier vandaan. We kunnen mooi opwarmen want we zijn wel koud geworden. Vanaf hier is de Geut een rechte sloot. Aan het einde van het perceel komen we ook de eerste barrière tegen. We moeten de zijsloot een eind volgen om het te kunnen oversteken. Halverwege het volgende perceel moeten we echt op zoek naar de dijk van 1701. Het is dat we het weten want anders hadden we het lichte hoogteverschil niet meer gezien. Ook de boerderij ten noorden van ons ligt duidelijk op een restant van de dijk. Het is hier echt rustig en de blik oneindig.

Doorbraakkolken

Verderop knabbelt een kudde reeën aan de sprieten van de braakliggende akker. Bij de weg gaat de Geut niet verder meer. Op de kaart van 1865 loopt ie nog twee kilometer verder. Een aanwijzing dat hier sindsdien veel is veranderd al lijkt het oneindige landschap eeuwige stilstand te suggereren. Dezelfde kaart laat een langgerekte opstrekkende verkaveling zien die alleen nog maar terug te vinden is in de lange wegen en het vrijwel ontbreken van boerderijen. Het gras op de oude kaart blijkt verdwenen. Eind 19de eeuw heeft de veepest het gras doen verdwijnen.  De introductie van het graan was de opmaat voor de "graanrepubliek" in de Oldambt. We lopen de weg af richting Midwolda, dat op de oever van het schiereiland van Winschoten ligt. Aan onze rechterhand passeren we een klein bosje met een kolk. Deze kolk ontstond bij een doorbraak van de dijk uit 1665. Ook bij de boerderij verderop ligt nog zo'n doorbraakkolk. Van een dijk is niets meer te zien. Even verderop slaan we een pad in dat globaal de oudste gesloten dijk van de Dollard uit 1545 volgt. We komen langs drie doorbraakkolken. Aan het eind van het pad ligt een echte verrassing, niet aangekondigd door een informatiebord, het oude kerkhof van Midwolda. Hier lag het Middeleeuwse dorp dat bedreigd werd door de zee. Men heeft het hele dorp een kilometer verplaatst. Uit het feit dat het kerkhof er nog ligt valt af te leiden dat de zee hier bedeesd aan het land knaagde. Het water was lastig maar niet levensbedreigend.

 

We lopen naar het huidige Midwolda en komen uit bij de Ennemaborg. Als we het landgoed oplopen zijn de runderen en paarden niet van de lucht. Ze staan tussen berijpte struiken. Zij zijn een voorbode van de nieuwste landschapsgeschiedenis van de Dollard. Op dit landgoed vonden in Nederland de eerste experimenten met jaarrond begrazing in het natuurbeheer plaats. Grazers zoals Schotse Hooglanders en Konikspaarden vreten jonge boompjes en houden het landschap open. Nu de graanboeren in Oost-Groningen het niet meer redden op de wereldmarkt, dreigen de Dollardpolders dicht te groeien. En daarmee zouden ook de laatste sporen van de oude Dollardlandschap verdwijnen.

 

Het Oldambt

 

Waar moet je heen in een land zonder woeste bergen en donkere wouden? Het Oldambt levert het antwoord. In die uithoek van Oost-Groningen vind je eindeloos land en brede horizonten. De weersvoorspelling voor dit wandelweekend klinkt onheilspellend: hagel, sneeuw, onweer en felle wind. Weer dat past bij een grimmig stukje Nederland.

 


 

Verschenen in Noorderbreedte 2002-5

Finsterwolde lijkt één lang gerekte straat met krappe arbeiderswoningen, in felrode baksteen. Maar dan ineens wijken die kleine huisjes voor grote stijlvolle boerderijen. Sommigen half verscholen achter bomen, alsof de bewoners zich schamen voor hun rijkdom. Op de vlucht voor aanrollende zwarte wolken stappen we nog even een behaaglijk warme supermarkt in. De eigenaar, in witte stofjas, weet waar logement Hommes ligt, een rood nest waar ooit opstandige landarbeiders plannen beraamden tegen graanbaronnen. Het prachtig geschreven boek van Frank Westerman "De graanrepubliek", over de landbouwgeschiedenis van deze streek, kun je niet lezen zonder naar een blik op dit logement te verlangen. Maar Hommes is Hommes niet meer. Het is een werkplaats voor het fijne timmerwerk. Achter de ramen waar ooit de revolutie werd gepredikt, staan nu kerkorgels te wachten op restauratie. We trekken de jas nog wat dichter om ons heen en stappen in een hagelbui door de rechte dorpsstraat richting begraafplaats. Daar moet, vertelde de man in stofjas, een monumentje staan voor een communist die tijdens een staking werd dood geschoten door de politie. Op het kerkhof drukken boomwortels statige zerken gevaarlijk schuin voorover. Om die te lezen moet je door de knieën. Het monmentje van de communist vinden we niet. Later lezen we er Westerman nog eens op na. De man heette Eltjo Siemens. Het symbool van de Groningse landarbeiderstrijd was geen staker maar een groenteventer. Hij werd door een verdwaalde politiekogel in de maag getroffen. De staking van 1929 begon met een eis tot loonsverhoging van drie cent per uur, maar die weigerden de herenboeren te betalen. Het werd hard tegen hard. De graanbaronnen haalden Zuid-Hollandse tuinarbeiders om de oogst toch binnen te halen.

Kleine drolletjes
Een brede asfaltweg voert vanuit de bebouwing naar een weids akkerland, waar zonnestralen de wolken steeds verder openscheuren. We laten het asfalt voor wat het is en slaan linksaf een schouwpad in. Drainagepijpen spuwen water in diepe smalle sloten en uit de schoorsteen van de grasfabriek, die eenzaam in het wijde land staat te roken, komt de geur van stroop. Ze maken er van die kleine drolletjes die we thuis in Amsterdam aan onze poezen voeren. In de verte staan donkere figuren roerloos op het land. Ze moeten ganzen uit het veld houden, maar veel helpt het allemaal niet. Alleen als wij dichterbij komen gaan ze op de wieken om een paar honderd meter verderop weer te landen. Een nieuwe hagelbui onttrekt Finsterwolde aan het zicht en even later vliegt de hagel weer rond de oren. Wij trekken de ijsmuts verder omlaag en buigen voorover. Tien minuten duurt het, dan kaatst het zonlicht weer terug van de gevallen hagelstenen.

Hongerige Wolf
Het rechte schouwpad komt uit op een gebogen weggetje. Daar staan een paar monumentale Oldambtster boerderijen er haveloos bij. De ruggengraat van het lange dak van één van de immense graanschuren is geknakt. Honden blaffen nerveus vanuit de bouwval. De boer en de boerin wonen buiten op de oprijlaan, in een caravan. Ze zwaaien, wij zwaaien terug. Bij het gehucht Hongerige Wolf gaan we de Egyptische dijk op. Het moet ooit een strakke rechte zeedijk geweest zijn, maar is nu op sommige plaatsen als een pudding ingezakt. Waar heeft die dijk eigelijk zijn naam aan te danken? We vragen het aan een man op klompen. Hij weet het niet, maar zijn buurman zei ooit dat er een Egyptische munt is gevonden. Hongerige wolf, die andere poëtische naam, heeft volgens die zelfde buurman zijn naam te danken aan de waterwolf. Even verder komen we in Drieborg, ook een gehucht. Het ontleent zijn naam aan de samenkomst van drie dijken. Het Oldambt telt veel meer dijken. Het is een gebied waar je van dijk naar dijk loopt. Vanaf 1300 viel het Oldambt ten prooi aan de zee. Hele dorpen verdwenen in de golven. De dikke veenlaag was ingeklonken en de dijken waren te zwak om het land bij hevige stormvloeden droog te houden. Pas in de zestiende eeuw begon men weer stapje voor stapje het verloren land terug te winnen. Van Finsterwolde tot aan de Dollard lagen ooit een rits dijken. Een paar jaar geleden probeerden we ze terug te vinden. De oudste dijk lag er niet meer. Alleen wat kolken, resten van dijkdoorbraken, markeerden de plaats waar hij had gelegen. De tweede dijk, één polder verderop, was vrijwel vlak geploegd, niet veel meer dan een flauwe hobbel in het land. Dijk nummer drie lag erbij als een bobbeldijk. De kruin van dijk vier stak rafelig af bij de strakke streep van de zeedijk verderop. Alleen de laatste twee dijken lagen nog echt dijk te wezen. De een als slaper en de ander als delta hoge dijk. Het eilandje Monnikenveen, dat ooit boven het akkerland uitstak, zagen we niet meer: voor goed in de vette klei verdwenen.

Gat in slaperdijk
In het dorpshuis van Drieborg hangen de kapstokken vol winterse jassen. Toneelvereniging de Drie Börgen speelt er voor de bejaarden het stuk Gain Piet, moar pizza. Onder de toeschouwers moeten nog stakers zijn uit 1929 en misschien zelfs een enkele bejaarde graanbaron. Op het mooie rechte weggetje van Drieborg naar de Dollard bij Nieuwe Statenzijl, snijdt de wind in het gezicht. De langste onder ons neemt de kop. De anderen imiteren de V-formatie van de ganzen boven ons. We verlangen naar het Zijl, daar kunnen we de wind weer de rug toekeren. De toegang tot de Johannes Kerkhovenpolder is een gat in de slaperdijk. Waar zijn de palen die bij dijkdoorbraak het gat moeten dichten? Vroeger lagen ze binnen handbereik in een houten huisje. Vreemd eigenlijk zo’n gat. De dijk moet, denken we, een obstakel geweest zijn voor zwaar beladen wagens. We proberen ons voor te stellen hoe in oogsttijd de wielen op de met modder besmeurde helling dol draaiden.

Blauwe Stad
Als we over de kruin van de Dollarddijk kijken, ligt de havenstad Emden scherp op de horizon en blinken schuimkopjes in de zon. Een vogelkijkhut staat op kwelderland tussen glanzend geel riet. Het is eb. Water licht op in donkere slikgeulen. Het gemaal van Nieuwe Statenzijl spuit met grote kracht een dikke straal water de Dollard in. Onze wandelroute gaat verder over de dijk langs de Westerwoldse Aa naar Nieuweschans, het einddoel van de wandeling. Windturbines steken hoog uit boven het vlakke land. Rechts aan de overkant van het water flitsen de lampen aan van het gasexportstation. Dat doen even later ook de lichten van het Duitse importstation, links van de dijk. Als de vierkante silotoren van Nieuweschans inzicht komt, jagen donderslag en hagel ons van de dijk. In Nieuweschans nemen we een kamer in familiehotel de Leeuwerik tegenover het station. Daar bij het station, nu niet veel meer dan een verhoogd trottoir met wat glazen abri’s, werden in 1926 de Zuid-Hollandse stakingsbrekers onder boegeroep ontvangen. Tegenwoordig zijn het geen stakingsbrekers maar 55-plussers met een riant inkomen die naar het Oldambt worden gelokt. De Blauwe Stad, zo heet de plek waar hun villa’s aan het water komen te staan, moet nog gebouwd worden . Water is er nog niet. De polders moeten nog ontpolderd worden.