Jezus Christus en de priester van Matkiv

Op de Pikuy, de hoogste berg van de Oekraïense Karpaten, ontvangt Jezus Christus ons met open armen. Beneden, vlakbij de voet van de berg, onthaalt de priester van Mativ ons in zijn tserkva, een prachtige houten kerk met achthoekige koepels.

Tekst en foto’s: Bert Stok

Verschenen in Wandelmagazine 2020-2      

Uit een groepje mannen met stevige buiken maakt zich een man los. Onder zijn boerenpet glinsteren pretoogjes. Hij wil maar wat graag antwoord geven op de vraag of we links- of rechtsaf moeten naar Verkhnie Gusne, het dorpje waar de beklimming van de Pikuy begint. Zijn antwoord laat de andere mannen schuddebuiken van het lachen. “Why they are laughing”, vraag ik aan gids Valantin. Het gaat over de naam van het dorp, Verkhnie betekent boven. “Ze hebben geen recht om zich boven ons te stellen, het is een dorp van wolven en gemene honden”, had hij gezegd. Als we eindelijk in Verkhnie Gusne aankomen, lijkt het dorp uitgestorven. Zelfs de gemene honden willen niet aanslaan. Na een tijdje is er toch nog enig leven: een man voert zijn koe aan een touw door de dorpsstraat. Voor de winkel staat een vrouw met een doek om het zongebruinde hoofd. Dat je binnen iets kunt kopen, is moeilijk voor te stellen. Zelfs geen Coca Cola of Fanta reclame, alleen een verkiezingsposter. “Stem op mij”, lijkt de keurig geklede man op de poster te roepen. In de tuinen lange hefbomen om water uit de put te scheppen en natuurlijk de l’okh, de ingegraven koelhuisjes om de zuurkol, tomaten, komkommers, paddenstoelen, blauwe bessen en de zelfgestookte wodka te bewaren. Van de bewoners geen spoor. Tussen de houten huizen door zien we ze op het veld. Mannen met ontblote bovenlijven steken grote bossen hooi omhoog naar hun maatje op de wagen. De trekpaarden staan rustig te wachten tot de wagens vol zijn geladen.

“Pas op voor slangen, ze kunnen giftig zijn”, waarschuwt Valantin voor we beginnen aan de beklimming van de Pikuy. We krijgen ook een lesje ‘Good hiking’: “Adem in door de neus en uit door de mond. Neem elke 45 minuten een rustpauze.” Eerst lopen we lekker vlak door een zee van wilgenroosjes en dan omhoog in de schaduw van een beukenbos. De grootste bomen zijn net even te dik om ze helemaal te omhelzen. De lichtval zorgt voor een serene sfeer tot het bos opeens openbreekt en plaatsmaakt voor een weids uitzicht over de Karpaten. Mooi slingert de bergrug als een groene slang hoog boven de beukenbossen naar de einder. We verlaten het pad om bosbessen te plukken. “Wel uitkijken voor slangen”, waarschuwt Valantin nogmaals. Zijn collega Julia wil ons wat foto’s laten zien op haar smartphone. Stoere mannen met forse armen duwen een stoel op wieltjes omhoog. In het karretje een lange magere man met een blauwe trui. “Oorlogsinvalide, gewond geraakt in  Donetsk”, zegt ze met een ernstig gezicht. Toen in 2014 de oorlog uitbrak en de ‘Volksrepubliek Donetsk’ zich met steun van Rusland afscheidde van de Oekraïne brak de hel los. Af en toe organiseert Julia bergtochten voor de slachtoffers van de oorlog. “Duwen jullie dan het karretje helemaal naar de top?”, vragen we vol ongeloof. “Ja, natuurlijk”, knikt ze. Na het beukenbos gaat het pas echt steil omhoog. Boven op de berg worden we met open armen ontvangen door Jezus Christus zelf, gehuld in een bloedrode mantel. Hij staat er heel bescheiden naast een metershoge obelisk, een geodetisch markeringspunt, met daarop de namen van mannen uit de streek die in 2014 sneuvelden in het oosten van de Oekraïne.

Aan de voet van de obelisk zit een jongen met lange blote benen aan een fles bier te lurken. “Helemaal omhoog geklommen om hier een biertje te drinken?”, grappen we. Hij heet Bartlomeij en komt uit Polen. Een paar jaar geleden beklom hij de hoogste Poolse berg in de Karpaten de Tarnica (1346 m) en nu is het beurt aan de nog hogere Pikuy (1405 m). Hij is gek op kaas: “Die oranje kazen van jullie zijn bijna net zo lekker als de witte Bulgaarse.” Na nog een flesje staat hij op en snelt verder over de bergrug. Het bier lijkt hem vleugels te geven. Wij vleien ons uit de wind tegen de rotsen en eten brood, komkommer en natuurlijk ook een tomaat. Zo’n Oekraïense tomaat lijkt wel een peer. Het spitse uiteinde, de staart, steken we als eerste in de mond. Dat is het lekkerst.

Zeven uur later zijn we terug in het dorp. Overal rijden nu paard en wagens, zwaar beladen met hooi. Hoog op de hooibulten, lekker zacht, kijken mannen en vrouwen uit over de houten huizen. We zouden wel een lift willen, het moet heerlijk zijn om zo door het dorp te rijden. In Matkiv, een dorpje even verderop, wordt met een paard het hooi gekeerd. Zachtjes pratend moedigt de boer zijn knol aan terwijl de pinnen van het werktuig het hooi omkieperen. Aan de rand van het weiland staat een orthodoxe houten kerk met achthoekige koepels. Het juweeltje is samen met 15 andere tserkvas in de Poolse en Oekraïense Karpaten tot werelderfgoed uitgeroepen. De priester opent de kerk met een loodzware sleutel en loopt dan snel door naar de iconen van Jezus en Maria om die met zijn lippen te beroeren. De toegesnelde burgemeester van Matkiv geeft de heiligen ook eerst een kus voor hij ons de hand schudt. In de kerk staan geen stoelen. Alleen bij de ingang kun je op een bank zitten. “Voor wie om gezondheidsredenen de dienst niet staande kan bijwonen”, zegt de priester. De eenvoudige houten kerk heeft binnen een majestueus interieur van iconen en kerkmeubelen uit de 18e eeuw. Alle kerkschatten worden getoond en bewonderd. Aan het eind van de rondleiding vraagt de priester of er nog vragen zijn. “ Is de kerk onder het communisme open gebleven?”, willen we weten. De burgemeester schudt heftig van nee. Dertig jaar was het godshuis dicht. Van de kerkgangers werd 80 % naar Siberië verbannen, ouderen, kinderen, iedereen. Zij die bleven verstopten de iconen en kerkmeubels in hun huizen. Bijna alles staat nu weer te pronken op de oude plek in de kerk. “Van de 450 huizen in het dorp zijn er nog maar zestig over”, besluit de burgemeester. We zijn er even helemaal stil van.